
Erik Schraven: ‘’Met inclusief onderwijs bereiden we kinderen en jongeren goed voor op deelnemen aan de maatschappij’’

Erik Schraven stopt per 1 maart 2025 als Directeur Onderwijs, maar hij gaat zeker niet weg bij Kentalis. Hij start dan namelijk in de nieuwe functie van Directeur Inclusie. Erik kan niet wachten om ons onderwijs zo inclusief mogelijk in te richten en vertelt in dit interview enthousiast hoe hij dat voor ogen ziet.
Directeur Inclusie..... vertel!
‘’Inderdaad een mooie nieuwe rol als Directeur Inclusie. Bij Kentalis zijn we al een aantal jaar aan het werk om ons onderwijs zo inclusief mogelijk in te richten. In onze strategie beschreven we dat sinds 2020 en in de tweejaarlijkse verrijking van die strategie zetten we elke keer weer nieuwe stappen. De laatste versie van de verrijkte strategie wordt de komende weken gepubliceerd en daarin spreken we nadrukkelijk over inclusief onderwijs. Dit beleid is succesvol gebleken, want in de afgelopen periode hebben we heel mooie resultaten behaald. Ik ben er dan ook trots op dat we dit bij Kentalis al bereikt hebben; het getuigt van lef en ondernemerschap. Ook het inrichten van mijn nieuwe rol laat zien dat we de route serieus nemen en dat we hierop echt willen investeren.’’
Wat ga je precies doen?
‘’De hoofdmoot van mijn werk is uiteraard gericht op inclusie en er komt nog een aantal andere taken bij. Bijvoorbeeld het ondersteunen van diverse processen rondom inclusie. Alle doelgroepen samen bekijkend, zijn dat op dit moment toch al gauw ongeveer 15 initiatieven. Verder kun je denken aan het monitoren van de opbrengsten rondom inclusie en het Bureau Passend Onderwijs inrichten. Daar zullen allerlei documenten te vinden zijn die je nodig hebt om de projecten goed te laten verlopen. Tel daar nog bij op scholingstrajecten en intern plus extern ambassadeurschap, enzovoorts. Echt een heel mooie rol die mij goed past en vooral: op dit moment gewoon nodig, met alle processen die lopen.’’
Waarom vinden we het bij Kentalis zo belangrijk om te werken aan inclusief onderwijs?
‘’Er zijn allerlei aspecten die hierbij een rol spelen. Overheidsbeleid, wetgeving, rechten van het kind en zo is er nog een aantal formele redenen. De belangrijkste reden is dat we vinden dat kinderen en jongeren zoveel mogelijk in hun eigen omgeving, binnen hun eigen netwerk en tussen leeftijdsgenoten op zouden moeten groeien. Qua sociaal- emotionele ontwikkeling is dat erg belangrijk. Om jongeren voor te bereiden op het deelnemen aan de maatschappij is het zaak om zo veel en zo vroeg mogelijk in die maatschappij te participeren. (Lees: in het regulier onderwijs) zodat ze op latere leeftijd als vanzelfsprekend onderdeel van de maatschappij worden. Andersom geldt dit ook. Het is heel belangrijk voor leerlingen in het regulier onderwijs om leerlingen te ontmoeten, waarbij niet alles vanzelfsprekend gaat. Door elkaar te leren kennen wordt de acceptatie van leerlingen met een ondersteuningsbehoefte bevorderd. Het is natuurlijk heel gek dat we leerlingen eerst tot hun 17e of 18e op laten groeien in het speciaal onderwijs en ze vervolgens loslaten en zeggen: nu moet je participeren. Dat is niet logisch; die weg moet veel meer geleidelijk gaan.’’
Betekent dit dat we het speciaal onderwijs opheffen?
‘’Nee zeker niet! Zonder speciaal onderwijs is het onmogelijk om inclusief onderwijs te realiseren. De ondersteuningsbehoefte van leerlingen blijft wel degelijk bestaan. Het is aan ons om hier antwoord op te geven. Tot nu toe hadden we twee vormen van onderwijs: aparte speciale scholen of ambulante ondersteuning binnen reguliere scholen. Het zou mooi zijn als we die concepten zouden herinrichten. Met nieuwe en innovatieve vormen van ondersteuning en onderwijs, die recht doen aan de behoefte van leerlingen. Meer een doorlopende ondersteuning in plaats van OF Speciaal Onderwijs OF Ambulante ondersteuning. De ondersteuningsbehoefte is ook niet A of B; ook hierin zijn grote verschillen.’’
Kan dit dan voor alle doelgroepen en alle niveaus?
‘’Als je uitgaat van de definitie van inclusief onderwijs - leerlingen volgen onderwijs in een inclusieve leeromgeving - is er veel mogelijk. Op alle niveaus kun je hier invulling aan geven. Binnen de doelgroep doof/slechthorend (DSH) zijn er al mooie resultaten geboekt met school-in-schoolconstructies of school-aan-schoolconstructies. Daar is een visie op inclusief onderwijs op geformuleerd en beleid ontwikkeld om hieraan te werken. Ook de doelgroep communicatief meervoudig beperkt (CMB) heeft een visie op inclusie geformuleerd. Bij deze doelgroep denk je wellicht niet snel aan inclusief onderwijs, toch zijn er ook bij deze complexe groep mogelijkheden. Voor taalontwikkelingsstoornis (TOS), onze grootste doelgroep, zie je op dit moment op allerlei plekken in het land initiatieven oppoppen. Samenwerkingsverbanden, besturen en individuele scholen zien mogelijkheden om samen te werken en de synergie op te zoeken. Die ontwikkeling moeten we koesteren en door gebruik te maken van het momentum, kunnen we stappen zetten. Op dit moment ben ik samen met Inge van Delft een projectplan aan het schrijven, waarmee we de mogelijkheden en kaders om dit te realiseren beschrijven.’’
Maar zeg nu eens eerlijk…. dit kan toch niet echt voor álle leerlingen?
‘’Natuurlijk ben ik heel realistisch hierin. Het gaat vaak om het leveren van maatwerk. Inclusief onderwijs realiseren is hard werken en is niet goedkoper. Maar in de resultaten die we boeken zien we wel dat inclusief onderwijs enorm veel kansen geeft. Om een voorbeeld te noemen: een jaar of vier geleden hebben we noodgedwongen de Marwindt-school moeten sluiten vanwege te lage leerlingenaantallen. Dit ging om TOS-leerlingen met uitstroom Arbeid; zeg maar praktijkonderwijs. Het grootste deel van de leerlingen is toen ondergebracht bij het ProCollege in Nijmegen, een reguliere school voor praktijkonderwijs. Nu, vier jaar later, zien we dat deze leerlingen het enorm goed doen. De leeropbrengsten zijn hoog, leerlingen zijn heel blij dat ze in het regulier onderwijs zitten, ouders zijn blij, de ondersteuners van Kentalis zijn heel blij (“dit hadden we tien jaar eerder moeten doen”) en ook de partnerschool is heel blij. Iedereen blij!’’
Ja maar: hoe dan?
‘’We konden dit realiseren door intensieve ondersteuning vanuit Kentalis in te zetten op de praktijkschool. Medewerkers dus vast te detacheren op die school, als onderdeel van het systeem. Je ziet dat dit een enorme kwaliteitsimpuls heeft gegeven aan de reguliere school. Hier kunnen alle leerlingen van profiteren en uiteindelijk is het aantoonbaar beter voor de Kentalis-leerlingen. Wat ik hiermee wil zeggen, is dat we als Kentalis onze kennis en expertise moeten ontsluiten in het regulier onderwijs. Door vast te houden aan de speciale setting als enige mogelijkheid, zou het best wel eens kunnen zijn dat je leerlingen tekort doet. Met andere woorden: leerlingen kunnen vaak veel meer dan je denkt. Dat is overigens een ervaring die vanuit alle inclusie-initiatieven gehoord wordt. We denken vaak dat leerlingen iets niet kunnen, maar als ze uitgedaagd worden in een andere omgeving, gebeuren er plotseling heel onverwacht erg mooie dingen. En ja, als je je afvraagt wat we doen met die enkele leerling die echt veel nodig heeft om te ontwikkelen? Daar moeten we dus maatwerk aan leveren. Zoals ik al eerder zei, inclusief onderwijs realiseren is hard werken. Het vraagt veel van ons: in houding, flexibiliteit, adaptief vermogen en zo kan ik nog wel een rijtje competenties opnoemen. Tegelijkertijd levert het ook veel op: natuurlijk voor de leerlingen maar zeker ook voor de medewerkers. Het geeft energie, voldoening en waardering in en uit alle hoeken. Het is echt de moeite waard!’’
Zijn er ook risico’s die door deze route ontstaan?
‘’Jazeker, die zijn er. Het grootste risico dat ontstaat is dat door de versplintering van onderwijsaanbod en -ondersteuning de specifieke cluster-2-expertise langzaam verdwijnt. Dat is een punt dat we echt heel goed voor ogen moeten houden. Hoe borgen we die expertise? Hoe leiden we mensen op? Hoe zorgen we ervoor dat de juiste expertise overgedragen wordt? Dit zijn allemaal zaken waar we goed over na moeten denken. Ze zijn bij elkaar zeker geen reden om de ingezette route niet te volgen. Er ligt een grote verantwoordelijkheid bij ons en de Kentalis Academie om kennis te borgen, te ontwikkelen en de medewerkers hierin te scholen.’’
Hoe staan onze Simea-partners in de route naar inclusief onderwijs?
Vanuit Simea loopt op dit moment het projectprogramma “Simea, passend en inclusiever”. Alle vier de instellingen nemen hieraan deel en het programma bestaat uit drie programmalijnen:
• Evidence Informed werken, expertise beschikbaar stellen voor het regulier onderwijs;
• Toekomst inclusiever (v)so, adviezen en aandachtspunten formuleren;
• Portfolio Ambulante Dienst, gericht op het bevorderen van inclusief onderwijs.
Kortom, ook de partners staan ‘aan’ om de route naar inclusief onderwijs verder te verkennen. Het is geen eenzijdig Kentalis-verhaal, we doen dit samen!’’
Tot slot Erik: hoe enthousiast ben je om deze functie in te gaan vullen?
‘’Heel enthousiast! Van de 30 jaar die ik bij Kentalis werk, ben ik al zeker 25 jaar bezig om na te denken over samenwerking met regulier onderwijs. Ik zie hierin niet alleen kansen voor onze leerlingen, maar ook voor onze medewerkers. De laatste 10 jaar, met alle initiatieven en experimenten die we uitgevoerd hebben, zien we ook daadwerkelijk resultaten. Aan het begin van deze blog vertelde ik dat ik er trots op ben dat wij dit doen. Die trots draag ik uit en daarom wil ik dit gedachtegoed verder verspreiden. We zijn hierin echt goed bezig en ik wil daar graag aan blijven bijdragen.’’